OPROP . . . OPROP . . . OPROP . . . OPROP

        Om't wy takkom jier (2020) 75 jier befrijd binne, wolle wy, fan Akkrum Ald en Nij, graach ferhalen sammelje oer de oarloch yn Akkrum-Nes en omjouwing. Ha jo noch in ferhael/herinnering? Wy soene it graach ha wolle foar it neiteam. It kin no noch! Nim dan kontakt mei my of in oar fan it bestjoer. Of folje neiststeand formulier yn en klik op Verzenden.

OPROP . . . OPROP . . . OPROP . . . OPROP

        Omdat wij volgend jaar (2020) 75 jaar bevrijd zijn,willen wij, van Akkrum Ald en Nij, graag verhalen verzamelen over de oorlog yn Akkrum-Nes en omgeving. Heeft u nog een verhaal/herinnering? Wij zouden het graag willen bewaren voor het nageslacht. Het kan nu nog.  Neem daarvoor kontakt met mij op of een ander van het bestuur. Of vul naaststaand formulier in en klik op Verzenden.



Een Akkrumer in verzet.    Rienk W. Kleefstra.

 

Het laatste oorlogsjaar: verzet, arrestatie en transport naar het strafkamp in Wilhelmshaven tot zijn dood op 20/04/1945 in Oldenburg.

Met dank aan Rienk A. Kleefstra.

Voorwoord

Vanaf mijn vroegste jeugd ben ik geïnteresseerd in het verleden van mijn in 1945 overleden oom Rienk Kleefstra. Het was immers vlak na de oorlog en de gebeurtenissen lagen nog vers in het geheugen. Met het verlies van een van je naaste familieleden kwam dat oorlogsverleden ook voor mij wel erg dichtbij.

Er bleven echter nog veel onduidelijkheden over zijn laatste maanden tot aan zijn overlijden in Oldenburg in 1945. Vooral ook de onzekerheid over zijn lot tot anderhalf jaar na de oorlog moet ondraaglijk zijn geweest. Hierover praten was natuurlijk niet gemakkelijk. Zijn dood was wel bespreekbaar maar tot op zekere hoogte. Steevast volgde dan de vaststelling dat “alles” bekend was: hij lag nu thuis begraven op het kerkhof te Akkrum.

Als jongetje wilde ik van heldendaden horen, maar ook daarover werd ik niks gewaar. Als ik er naar vroeg kreeg ik ten antwoord dat men indertijd van niets wist. En men wilde het eigenlijk ook niet weten. Dat was beter voor ieders veiligheid.

Het onderzoek richt zich dan ook op het volgende punten:

  •   waaruit bestond het verzet van Rienk Kleefstra tegen de Duitse overheersing;

  •   wat is er gebeurd na zijn arrestatie;

  •   hoe kwam hij in Wilhelmshaven terecht en wat is er daarna gebeurd.

  •   Daaraan gekoppeld is onderzoek gedaan naar het verzet in Akkrum en de rol van

    zijn verrader(s).

    In het voorlopige verslag uit 2010 bleven nog veel vragen onbeantwoord. Die zijn nu goeddeels ingevuld. Er zullen wel altijd hiaten blijven, ook al zijn die door het uitsluiten van een aantal mogelijkheden tot een minimum beperkt. Tevens zijn in deze eindversie de onderwerpen over het verzet in Akkrum en het verraad uitgebreid aan de orde gekomen.

    Rienk Albert Kleefstra 1 april 2015

Persoonsgegevens en korte inhoud

Naam: Rienk Wiebe Kleefstra

Geboren op 20 februari 1902 te Akkrum.
Getrouwd met Baukje de Beer in 1927.
Twee dochters: Afie en Rigt. (Rit)
Beroep: fabrieksarbeider; daarvoor vertegenwoordiger in drogisterij artikelen en daar weer aan voorafgaand lange tijd zeeman op de wilde vaart.

Opgepakt op 7/8 februari 1945 door de Grüne Polizei.
Ingeschreven gevangenis Blokhuispoort te Leeuwarden op 9 februari 1945 Uitgeschreven op 16 februari 1945 om 18.00 uur.
Op transport op 16 februari om 19.30 uur per trein (veewagens) naar Wilhelmshaven Aankomst zaterdag tegen middernacht in Wilhelmshaven; vanaf station lopend naar kamp Schwarzer Weg in Wilhelmshaven.
Ziekenhuisopname stadsziekenhuis van Wilhelmshaven 14 maart
5 april 1945 wegens difterie (besmettelijke keelziekte, slijmvliesontsteking) en dysenterie (bloeddiarree veroorzaakt door een bacterie).
Overleden op 20 april 1945 te Oldenburg (Dtl) ten gevolge van difterie met verlammingsverschijnselen in het Stadsziekenhuis daar. Begraven Neuer Friedhof Oldenburg. Herbegraven in Akkrum in 1952.

Gevangenschap

Arrestatie

Soms lag hij ondergedoken in zijn vissersvlet in de Brijpot, een ruig en toen moeilijk toegankelijk moerasgebied in de waterrijke contreien tussen Akkrum en Terkaple. Na verraad van die plek bracht hij bij dreigend gevaar soms de nacht door in een open roeiboot. Ook als het vroor! Voor enige inkomsten verzamelde hij bepaalde plantendelen uit het waterland zoals kalmoes, die dan aan zijn broer Anne werden overhandigd.

Overigens heeft zijn broer Anne hem wel eens een paar weken gezelschap gehouden in de Brijpot toen deze laatste weggelopen was uit Drenthe. Hier was hij met vele anderen uit Friesland door de Duitsers gedwongen tewerk gesteld in het kader van Organisation Todt.

Veel weggelopen en daarna opgepakte Friezen zijn naar hetzelfde strafkamp in Wilhelmshaven gestuurd als Rienk Kleefstra.

De schuilplaats in de Brijpot schijnt doorgegeven te zijn door een NSB’er, die aan de Heerenveense Straatweg woonde dicht bij de afslag naar de Van Sminiadyk.  En inderdaad moet het met een verrekijker vanaf die plaats mogelijk zijn geweest activiteiten in dit stukje wildernis op te merken. Vanaf een hoogte had je toen vrij zicht over de spoorbaan en het Deel op de ongeveer twee kilometer daarachter gelegen Brijpot.

In de nacht van 7 op 8 februari 1945 werd hij thuis door de beruchte Grüne Polizei uit Grou van bed gelicht, zwaar mishandeld en afgevoerd. Naderhand bleven de bloedspatten op het behang en de bebloede doek op tafel nog de stille getuigen van dit drama.

De mannen die wel in diezelfde nacht werden gearresteerd waren: Marten T. de Jong, ds. Kosters en Gerrit van den Berg. De Jong, 23 jaar, steenhouwer bij Beauck, was als eerste gearresteerd in Aldeboarn. Hierna werd hij naar Akkrum gevoerd, waar hij aan zijn fiets gebonden tegen de muur bij slagerij Koopmans werd gezet.

Al gauw kreeg hij gezelschap van ds. Kosters, gereformeerd predikant te Akkrum. Enige tijd later gevolgd door Gerrit van den Berg, los werkman te Akkrum. Alle drie waren mishandeld bij hun arrestatie.
Pas een uur later, omstreeks 3 uur, werd Rienk Kleefstra aan het groepje arrestanten toegevoegd. Zowel De Jong als Van den Berg meende Berend Nijenhuis als aanwezige op de achtergrond herkend te hebben.

Later heeft laatstgenoemde inderdaad bekend dat hij de namen van de Akkrumers op een briefje had en dat hij hun huizen aangewezen heeft.

 

Alle vier arrestanten moesten op de fiets mee naar Grou. Rienk achterop bij Marten de Jong. Omdat hij vanwege zijn lengte en vermoeidheid de benen niet van de grond kon houden, werd hij geschopt en bedreigd door de Grünen, aldus De Jong later in een gesprek met Atze de Leeuw (schoonzoon RK red.)

  1. 1  Volgens zijn bijna 109 jaar geworden zuster, die het op haar beurt weer had gehoord van haar moeder.

  2. 2  CABR inv.nr.73818, dossiernr. 314

Verhoor

Het eerst verhoor zal in die nacht plaatsgevonden hebben in de Halbertsmavilla, het hoofdkwartier van de Grüne Polizei in Grou. Daarna zal hij opgesloten zijn in een cel van het gemeentehuis. Dit was namelijk onder vergelijkbare omstandigheden ook Wabe Pasma overkomen. Deze boer te Ȃldskou was de nacht tevoren door de Grünen gearresteerd en op de fiets naar Grou begeleid. De volgende dag ging hij op de fiets naar Leeuwarden. Zo zal het ook met hem zijn gegaan.

Hij moet in Leeuwarden naar het Spaarbankgebouw aan het Zaailand zijn gezonden. In het gebouw van de Spaarbank zetelden toen nog de SD en de Sipo. Hier zal hij wel verder zijn ondervraagd die dag. Verhoren door deze diensten gingen er meestal niet zachtzinnig aan toe: men schuwde zelfs martelpraktijken niet.*

Helaas was luisterpost Leeuwarden* pas vanaf 20 februari operationeel na verhuizing van de S.D en Sipo naar het Burmaniahuis. Verslagen van verhoren van voor die datum konden niet door het verzet worden opgetekend, dus ook niet die van Kleefstra op 8 februari. En Duitse verslagen van verhoren zijn niet bewaard gebleven. De Duitsers hebben vlak voor hun vlucht in april al het voor hun belastende materiaal vernietigd. Wat zich tijdens zijn verhoor heeft afgespeeld, zullen we dan ook wel nooit te weten komen.

  • *  Uit het rapport van M.K. Hielkema uit Reduzum die op 16 januari 1945 werd gearresteerd, blijkt dat de S.D bij verdenking van betrokkenheid bij het verzet arrestanten bij verhoren sloeg en gebruik maakte van een koudwaterbad en dito straal. Ook opsluiten in z.g. zweethokjes gedurende vele uren was een van de middelen om. bekentenissen af te dwingen.

  • *  Luisterpost Leeuwarden lag naast het Burmaniahuis. Toen de S.D verhuisde van de Spaarbank naar het Burmaniahuis, had het verzet afluisterapparatuur geplaatst voordat dit pand werd betrokken. Door de permanente bezetting van deze post was men perfect op de hoogte van de inhoud van alle verhoren en de gevoerde telefoongesprekken. Zodoende konden vaak tijdig waarschuwingen uitgaan en zijn vele levens gespaard gebleven.

Toch zullen de Duitsers geen vermoeden hebben gehad van enige verzetsactiviteiten van zijn kant, anders zou hij wel langer zijn verhoord en nadien als gijzelaar gevangen zijn gezet of naar een concentratiekamp gestuurd.*  Wel dat hij fel anti-Duits was. Want de die nacht samen met hem gearresteerde Gerrit van den Berg kreeg bij zijn verhoor door de SD te horen dat Kleefstra en hij tijdens de staking in mei 1943 fel vóór die staking hadden geageerd en zij destijds door Berend Nijenhuis waren gewaarschuwd.

Van den Berg werd verder nog gehoord over de verspreiding van illegale (communistische?) lectuur, maar van verdere mishandelingen door de SD maakte hij tijdens het proces tegen Berend Nijenhuis na de oorlog geen melding. Het is aannemelijk dat het Kleefstra ook ongeveer zo vergaan is, want Van den Berg en hij zijn gelijktijdig ingeschreven in de Blokhuispoort.

Gevangen genomen verzetsmensen werden vaak als gijzelaar vastgehouden. Als er dan overvallen of liquidaties plaatsvonden door het verzet hier in het Friesland dan werden deze gijzelaars gefusilleerd (o.a. meester Tinkelenberg uit Sibrandabuorren). Of ze werden naar o.a. de beruchte gevangenis in Vught gestuurd. Van daaruit gingen ze vaak naar een concentratiekamp zoals Neuengamme in Noord-Duitsland.

(o.a. burgemeester Baerdt van Sminia van Utingeradeel)

 

  1. 1  Dit hawwe wij belibbe Yge Damsma

  2. 2  M.K. Hielkema

    Invent.nr.1002 - Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

  3. 3  G. van den Berg in zijn getuigenverklaring tijdens de openbare terechtzitting van het Bijzonder Gerechtshof tegen Berend Nijenhuis op 24 juni 1947 te Leeuwarden.

CABR inv.nr.73818, dossiernr. 314

Gevangenisregister Huis van Bewaring 1945 (niet openbaar)

 

Gevangenis

Reeds de dag daarop op 9 februari is hij door de Sipo naar in het Huis van Bewaring (Blokhuispoort) te Leeuwarden gebracht. Kennelijk in afwachting van een gevangenentransport naar Duitsland. De omstandigheden in de Blokhuispoort in die tijd waren naar omstandigheden redelijk als we ds. Boerlage mogen geloven. De bewaking bestond merendeels uit Nederlanders en van mishandelingen door bewakers schijnt daar weinig of geen sprake te zijn geweest. Misschien dat de Hielkema’s daar toch enigszins anders over denken, want die melden opsluiting in overvolle en veel te kleine cellen zonder enig comfort.

Een week later, op 16 februari om 18.00 uur werd hij uitgeschreven uit het register van het Huis van Bewaring. In colonne werd afgemarcheerd naar het treinstation. Zijn oudste dochter die samen met een familielid buiten de gevangenis stond te wachten, heeft hem nog langs zien komen. Hij kon slechts roepen: Groningen (of Assen?) Dit was het laatste levensteken dat de familie van hem heeft vernomen.

  1. 1  Gevangenisregister Huis van Bewaring 1945 (niet openbaar)

  2. 2  Een Friese pastorie in oorlogstijd - blz. 95 t/m 102. Hierin geeft ds. Boerlage uit

    Raerd een beschrijving van zijn behandeling en de leefomstandigheden als gevangene in het Huis van Bewaring van midden december 1944 tot 10 januari 1945.

3 Rapport belevenissen Hielkema’s

Invent.nr.1002 - Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Transport

Op 16 februari om 19.30 uur vertrok het 6e transport van station Leeuwarden naar Groningen. Hier werd aangekoppeld aan de trein met gevangenen uit Groningen en Drente. Er zijn 7 transporten met vooral noorderlingen naar Wilhelmshaven geweest met in totaal ongeveer 1000 gevangenen. Het 6e transport telde 227 man.

Met onbekende bestemming in gesloten veewagens zonder voedsel, sanitair of verwarming de ijzige winternacht door. In de hoeken lag wat stro. Maar doordat de wagons overvol waren en er ook nog bagage meeging, was er eigenlijk alleen maar plaats om te staan. Overdag bleef de trein lange tijd stilstaan in Weener.* Ook hier geen eten en geen drinken. Vervolgens ging het via Leer, Oldenburg en Sande naar Wilhelmshaven.

De aankomst vond plaats tegen middernacht op zaterdag 17 februari. Vanaf het station moest het laatste stuk hardlopend door de donkere stad worden afgelegd. In de regen. De straten waren kapot door de vele bombardementen. De gevangenen waren dodelijk vermoeid na de lange reis, die ze grotendeels staand hadden doorgebracht. Na ongeveer anderhalf uur bereikten ze het kamp Schwarzer Weg.

* Geallieerde vliegtuigen probeerden met beschietingen het vervoer lam te leggen. Vandaar dat de treinen zoveel mogelijk in de duisternis reden en in dit geval overdag bij Weener stilhielden onder dekking van het afweergeschut.

1 Het strafkamp voor Nederlanders in Wilhelmshaven Oebele Vries

2 Rapport belevenissen Hielkema’s

Invent.nr.1002 - Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Lager Schwarzer Weg (ook: Mühlenweg)

Kamp Schwarzer weg was geen concentratiekamp, maar een strafkamp. Niet dat de omstandigheden nou zoveel beter waren, maar systematische mishandelingen en terechtstellingen kwamen hier niet voor. Gevangenen kwamen rechtstreeks in kamp Schwarzer Weg aan en niet via het centrale concentratiekamp van Noord-Duitsland, Neuengamme bij Hamburg. Dit was wel het geval bij kamp Alte Banter Weg, een dependance (Aussenkommando) van concentratiekamp Neuengamme in Wilhelmshaven. Mishandelingen en terechtstellingen waren daar wel aan de orde van de dag.

Ook kregen gevangenen in Kamp Schwarzer Weg geen kampnummer zoals in concentratiekampen. Ze werden kaalgeknipt en kregen in gele olieverf de letter H(=Häftling) op de rug van hun burgerkleren. Inderdaad op hun eigen kleren die ze bij binnenkomst droegen, want gevangenenkleding was niet meer te bemachtigen!

Het gaat hier dan ook om Polizeihäftlinge (in verzekerde bewaring gestelden) Dezen hebben zich schuldig gemaakt aan strafbare handelingen van politieke aard, maar niet van de zwaardere soort. In verband met tijdsomstandigheden zijn ze niet berecht.
De gevangenen moesten lange dagen werken in vooral de (bunker)bouw. Hiertoe behoorde ook puin ruimen of schepen laden en lossen.

De leefomstandigheden waren uitermate slecht. Opstaan om vijf uur. Buiten opstellen in de kou, waarna koffie of iets wat daarop leek - werd uitgedeeld. Vervolgens onder bewaking naar de plaatsen waar gewerkt moest worden. Pas bij terugkomst kreeg men iets te eten: een à anderhalve liter waterige soep met een stukje droog brood (kuch). Als strafmaatregel soms nog minder.

Zieken kregen maar een klein gedeelte van het dagelijkse rantsoen! Geslapen werd op drie boven elkaar gestapelde britsen. Op de britsen lag 4 cm. stro vol vlooien. Daarvoor hadden hier al twee jaar Russen en Polen op gelegen. Gedurende de rusttijden vonden vaak ook nog ’s nachts strafappèls plaats. Geen wonder dat velen ziek werden. Vooral dysenterie kwam veel voor.

Het kamp was omgeven met een dubbele prikkeldraadversperring, waartussen wachtposten liepen. Op de 4 hoeken bevonden zich wachttorens met daarop een bemande mitrailleurpost en een schijnwerper. Het kamp zelf bestond uit een keukenbarak en drie woonbarakken. Van het kamp herinnert nu nog slechts een gedenksteen bij de voormalige ingang aan de Mühlenweg aan het vroegere bestaan van het kamp. Het meest oostelijke gedeelte van deze weg werd Schwarzer Weg genoemd. Tot het jaar 2000 stond er nog een vervallen woonbarak op het terrein van het huidige tennisveldcomplex. Pogingen om die te restaureren en tot monument uit te roepen liepen stuk wegens de (te) hoge kosten van restauratie. Een gedeelte van deze vroegere barak is tentoongesteld in het Küstenmuseum te Wilhelmshaven. Hier staat ook een schaalmodel van de vroegere barak.

 

Op 11 maart werd een flink deel (400) van de ongeveer 1000 kampbewoners overgeplaatst naar een kamp in Brockzetel.
Dit ligt op flinke afstand van Wilhelmshaven. Daar kan Rienk Kleefstra niet bijgezeten hebben, want hij werd enkele dagen later op 14 maart opgenomen in het ziekenhuis van Wilhelmshaven met difterie en dysenterie (Rühr) getuige een document van het ziekenhuis daar. In datzelfde document van het ziekenhuis wordt ook zijn verblijfplaats aangeduid als Lager Schwarzer Weg.

Zijn vrouw moet van deze laatste feiten op de hoogte zijn geweest, getuige de inhoud van haar brief gericht aan de opsporingsautoriteiten na de oorlog.

Uit het getuigenverhoor tijdens het proces tegen Berend Nijenhuis blijkt ook dat hij In Lager Schwarzer Weg was achtergebleven:

Kleefstra moest achterblijven; hij leed zeer aan dysenterie en was gewond aan zijn voeten. Wij hebben niets meer van hem vernomen. 

Op 5 april is hij weer uitgeschreven uit dit ziekenhuis. Maar waarheen toen? Twee weken later overleed hij in een ziekenhuis in Oldenburg meer dan 100 km zuidelijker. Maar hoe en wanneer kwam hij in Oldenburg terecht? Deze vraag kon lange tijd niet bevredigend worden beantwoord. Hier volgen de mogelijkheden nog eens op een rijtje.

Terug naar kamp Schwarzer Weg.

Dit lijkt niet erg waarschijnlijk. Geen van de overlevende medegevangenen kon zich bij navraag na de oorlog Rienk Kleefstra uit die periode herinneren.
En de transporten met zieken per spoor naar Emden op 14 en 15 april vanuit dit kamp liepen niet via Oldenburg. Patiënten lijdend aan dysenterie werden trouwens afgekeurd. 
Volgens G. bij de Ley stopte de trein voor langere tijd in Sande. Volgens een voetnoot van Oebele Vries moet dit Norden zijn geweest. Dit laatste zou betekenen dat het transport door het noorden moet zijn gegaan en niet via Oldenburg. Daarbij komt dat kennelijk dysenterie patiënten moesten achterblijven.

Ook twee gevangen van het transport op 21 april springen in Norden uit de trein. Dus de noordelijke route! Een archiefstuk in het Stadsarchief Wilhelmshaven maakt ook melding van het ziekentransport via Noorden.  Dit transport weet uiteindelijk Delfzijl te bereiken.

De achterblijvers gingen pas op 21 april per trein naar Emden. Overigens moesten ze daar rechtsomkeert maken terug naar het kamp wegens hevige gevechtshandelingen. Daar werd het einde van de oorlog afgewacht.

Inmiddels was Rienk Kleefstra toen al overleden op 20 april ‘s middags om 12.55 uur in het Stadziekenhuis, Station Elisabethschule - Hilfskrankenhaus Röwekamp.
Hij werd begraven op het Neuer Friedhof te Oldenburg aan de Friedhofsweg
I. Afdeling, Veld IV, Rij K, Nr. 24 I. 

Vluchten

Deze mogelijkheid lijkt te verwaarlozen. Met dezelfde ziekteverschijnselen waar hij twee weken later aan zou komen te overlijden, kon hij niet een tocht aan van een dikke 100 km. En dan ook nog door vijandig gebied.

Ontruiming concentratiekamp Alte Banter Weg.

Op dezelfde dag als zijn uitschrijving uit het ziekenhuis werd op 5 april Alte Banter Weg ontruimd en gingen de gevangenen naar het hoofdconcentratiekamp Neuengamme. Dit kennelijk met de bedoeling getuigen van concentratiekampen te laten verdwijnen. *
De kampbevolking
of wat daar nog van over was - bestond voor het overgrote deel uit Fransen; slechts een tiental kwam uit andere (westerse) landen.  Deze gevangenen zijn waarschijnlijk via (knooppunt) Oldenburg gegaan, maar dat hij hier tussen gezeten zal hebben, is vrijwel uit te sluiten. Er is geen enkele aanwijzing te vinden dat uit andere kampen gevangenen mee weggevoerd zijn.

* Om zoveel mogelijk sporen van hun misdaden uit te wissen, werd het concentratiekamp Neuengamme ontruimd op 19 april. Ongeveer 10.000 gevangenen gingen te voet of in goederenwagons naar Lübeck. Wie wegens ziekte of door uitputting niet meer mee kon komen, werd genadeloos afgemaakt met een nekschot. In Lübeck moesten de gevangenen aan boord van schepen die in de Lübecker Bocht voor Anker lagen. Het betrof hier de oceaanstomer Cap Arcona en de vrachtschepen Thielbek en Athen. De bedoeling was hoogstwaarschijnlijk dat de geallieerden deze schepen de grond in zouden boren. Deze opzet slaagde want op 3 mei gingen na een luchtaanval de Cap Arcona en de Athen ten onder in relatief ondiep water. Hartverscheurende taferelen moeten zich daar hebben voorgedaan. Mensen die uit het ruim trachten te komen, werden doodgeschoten. Wie al zwemmend het strand op enkele honderden meters afstand wist te bereiken, werd opgewacht door de SS met hetzelfde resultaat tot gevolg. Bij deze ramp kwamen 7000 gevangenen om; slechts enkele honderden van deze twee schepen konden het na vertellen.
De Athen met 2600 gevangenen ontsprong de dans. Zij was naar Neustadt teruggeroepen. Diezelfde dag nog werden deze gevangenen bevrijd door Britse grondtroepen.

Ziekentransport

De enige overgebleven verklaring voor zijn latere aanwezigheid in Oldenburg moet één of ander soort van ziekentransport zijn van het ziekenhuis in Wilhelmshaven naar het ziekenhuis in Oldenburg. Op de patiëntenlijst van het ziekenhuis van Wilhelmshaven is te zien dat deze gevangenen behandeld werden als “gewone” patiënten: Duitse burgers lagen naast gevangenen. Dan is het zo gek nog niet te veronderstellen dat er een overplaatsing heeft plaatsgevonden om medische redenen. Dat dit zelfs in de laatste chaotische maanden van de oorlog kon plaatsvinden, is gezien de bekende Duitse “Pünktlichkeit” niet ondenkbaar. Immers tijdstip van overlijden en precieze aanduiding van het graf wijzen op diezelfde Pünktlichkeit. Hernieuwd onderzoek naar de datum van opname in het ziekenhuis van Oldenburg leverde niets op.* Dit had immers uitsluitsel kunnen geven over het tijdstip van aankomst aldaar.

De patiëntenlijsten van het betreffende ziekenhuis mogen dan wel ontbreken vanaf november 1944, de correspondentie met het Stadtarchiv Oldenburg leverde des te meer op: er vonden inderdaad in die tijd nog zulke ziekentransporten plaats! Tevens kwam zijn akte van overlijden boven water.

Daarnaast zijn er gegevens uit een proefschrift over de behandeling van buitenlanders in Oldenburg tijdens de oorlogsjaren. Hierin wordt o.a. gesteld dat buitenlandse patiënten uit westerse landen met een besmettelijke ziekte tot ver in de oorlog naar andere ziekenhuizen werden vervoerd.

We mogen nu dan ook wel stellen dat hij vanaf 14 maart tot zijn sterfdatum op 20 april 1945 ononderbroken in het ziekenhuis heeft gelegen. In dit geval in twee verschillende ziekenhuizen. Zijn verblijf in het kamp vanaf 17 februari tot 14 maart is hierdoor beperkt gebleven tot minder dan een maand. Dat verklaart dan tevens dat bij navraag na de oorlog geen mede-kampbewoners gevonden konden worden die Rienk Kleefstra nog gezien hebben na 14 maart.

* De patiëntenlijsten van het vroegere stadziekenhuis in Oldenburg blijken zich in het Stadtarchiv Oldenburg te bevinden. Helaas gaan de patiëntenlijsten in “Aufenthaltsbuch” Nr. 14 maar tot november 1944 terwijl Boek 15 pas 2 november 1945 begint. 

Het strafkamp voor Nederlanders in Wilhelmshaven Oebele Vries Rapport belevenissen Hielkema’s

Invent.nr.1002 - Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45
Het strafkamp voor Nederlanders in Wilhelmshaven
Oebele Vries Patiëntenlijst Städtische Krankenhauses Wilhelmshaven

ITS Internationaler Suchdienst Bad Arolsen (Bijgevoegd blz. 43-44-45) Ingekomen en uitgegane brieven over opsporing vermisten in Duitsland 05/ 45-01/46

Invent.nr.151 (?) - Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 (Bijgevoegd blz. 46) Getuigenverhoor Gerrit van den Berg

CABR inv.nr.73818, dossiernr. 314
Het strafkamp voor Nederlanders in Wilhelmshaven
Oebele Vries
Dagboek Geert bij de Leij in: Het strafkamp voor Nederlanders in Wilhelmshaven

Stadsarchief Wilhelmshaven 19/04/2010 Doos Lager
Sterbeeintrag des Standesamtes Oldenburg Nr. 850 (Bijgevoegd blz. 47)

Brief aan J. Kleefstra van 20 december 1946 van het Städtische Krankenanstalten uit Oldenburg betreffende het overlijden en ter aarde bestellen van Rienk Kleefstra op 20 april 1945 (Bijgevoegd blz. 48)
Site: Go2War2.nl
Drijvende concentratiekampen in de Lübecker Bocht

Stadtarchiv Wilhelmshaven doos Alter Banter Weg.
Stadt AO, Best.54 Nr 22 (Bijgevoegd blz. 49)
Brief Stadtarchiv Oldenburg 16/04/2013 (Bijgevoegd blz. 50)

Zwangsarbeit und ihre gesellschaftliche Akzeptanz in Oldenburg 1939-1945 Dr. Katharina Hofman.

 

II Verzet

Binnen het georganiseerde verzet komt nergens de naam Rienk Kleefstra voor, ook niet in het verslag van Akkrum! Van de politieke stromingen waren de AR (grotendeels gereformeerden) en communisten het meest actief in het verzet. Gezien zijn lidmaatschap van de vakbeweging in die tijd zal ook zijn politieke overtuiging in de richting van de SDAP zijn gegaan. De illegale politieke activiteit van de oude SDAP is echter zeer gering geweest, zodat hij zich niet bij een groep van zijn eigen overtuiging kon aansluiten.

Wel wordt een Rienk genoemd bij het toelaten van nieuwe mensen voor de LO, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat hier Rienk Kleefstra wordt bedoeld. De naam wordt namelijk genoemd in het beginstadium van de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). En in het beginstadium was juist het politieke contact het begin van de verzetsgroep

Tot die politieke (AR) contacten zal hij niet hebben behoord. Het moet dan ook een verschrijving zijn geweest: in dit verband komt namelijk wel een zekere S. Rienks voor. Deze was o.a. aanwezig bij een LO vergadering op 29 december 1944 bij Algra in de Tijnje, toen daar een inval van de SD plaatsvond. Ook is er nog ergens sprake van ene Rients als voornaam. Maar de naam Rienk duikt verder bij de organisatie van de LO nergens meer op.

Verder duikt de naam Rienk nog op in de combinatie met Prins. Dit blijkt een schuilnaam te zijn: Rienk Prins = Wijtse Wandoorn.  Deze kwam echter uit Dokkum en in het betreffende document handelde het hier om het oprichten van groepen in de districten Leeuwarden en ten zuiden daarvan. Ook duikt de naam Rienk nog een keer op in de aantekeningen van Ypma i.v.m.de meistakingen. Maar dit is een Rienk in Sexbierum.

De LO voorzag onderduikers eerst vooral joden van bonkaarten en soms geld en zocht onderduikadressen. Meester Langman, hoofd van de gereformeerde school te Akkrum, had een groep opgericht die zich hiermee bezighield. Op zijn aandringen werd er ook een dergelijke groep opgericht eind 1942 in de Lege Geaën.

Naast dit groepje waren er wel mensen die voor zichzelf of in contact met een groepje uit een ander dorp, ook zulk soort werk deden, of illegale krantjes rondbrachten zoals Trouw, Vrij Nederland of een ander blaadje.

Ook J. Kooistra maakt melding van “elders gedragen verzet door kleinere groepen en soms individuele personen in verband met de LO.
Vermoedelijk zal hij tot deze laatste groep hebben behoord. Dit en door zijn kennelijk algemeen bekende verzetshouding is hij uiteindelijk in moeilijkheden geraakt. De eerste keer in juli 1944 toen hij door de landwacht van zijn bed werd gelicht. Door zijn welbespraaktheid lukte het hem weer in vrijheid te worden gesteld. Maar die keer in de nacht van 7 februari 1945 was het echt menens.

Op een lijst van Friezen die zijn gesneuveld komt zijn naam voor met als illegale activiteit: klein illegaal werk en onder opmerkingen: ook zwart handel.
Ook in de aantekeningen over Friese oorlogsslachtoffers wordt in dezelfde bewoordingen gesproken.
Op de lijst van illegalen van J.P. Wiersma in 1946 komt zijn naam ook voor. Voorts op de lijst van personen die i.v.m. of tengevolge van hun daadwerkelijke bijdragen aan het verzet in Friesland zijn gestorven.14

In familiekringen ging het gerucht dat hij iets te maken gehad zou hebben met de kraak in het bonnenkantoor te Joure op 14 oktober 1942. Tijdens de oorlog werd hier verder niet naar gevraagd. Want hoe minder men wist, hoe beter. Alle naspeuringen in die richting hebben echter niets opgeleverd. Misschien bedoelde men de kraak in Langweer op 4 juni 1943. Maar ook dat spoor loopt dood.

Het feit dat de nabestaanden een uitkering kregen van de Stichting 1940-1945 is gegrond op een artikel uit de Statuten van de Vereniging Friesland 1940-1945 (voorloper van de Stichting): De belangen helpen behartigen van hen, die als gevolg van hun vaderlandsche houding tijdens de bezetting zijn gedupeerd en van hun nabestaanden, wanneer zij daarbij het offer van hun leven gebracht hebben”.

Ook een nota betreffende een ontwerp van wet met dezelfde strekking laat zich uit in ongeveer dezelfde bewoordingen.

Een doorslaggevende rol zal de aanbeveling van de heer G. van Veen hebben gespeeld die stelt in een brief aan B en W van Utingeradeel dat Jhr. Mr. P.M. van Baerdt van Sminia en R. Kleefstra wel en de overigen niet als verzetsmensen zijn te beschouwen.

Voor de hand ligt dan ook te veronderstellen dat hij onder meer hand en spandiensten heeft verricht voor Gerrit van Veen, die immers hoofd van de distributiedienst was op het gemeentehuis te Akkrum. Te denken valt dan aan het rondbrengen van bonnen en persoonsbewijzen naar verzetsmensen en onderduikers. Van Veen stond op goede voet met Burgemeester Baerdt van Sminia en was door laatstgenoemde verzocht de distributie van bonnen op zich te nemen. Dit gaf hem mogelijkheden tot een eigen (verzets)invulling.

Contact tussen Gerrit van Veen en Sjerp de Vries (hoofd LO) - over vermoedelijk bonkaarten - werd beaamd door de zoon, Jan van Veen. Er werden in dit verband nooit namen genoemd. Verder wist hij niets van verzetsactiviteiten van zijn vader, maar hij vermoedde het wel.

Zelf zat Jan ook in het verzet o.a. knokploeg Drachten, maar tot een uitwisseling van kennis met zijn vader kwam het nooit. Dit dan vooral uit veiligheidsoverwegingen. Ook na de oorlog werd er door senior niet over de oorlog gepraat en zijn er ook geen documenten van Gerrit van Veen bewaard gebleven.

Dit uiterst belangrijke en enige overgebleven spoor naar daadwerkelijke verzetsactiviteiten van Rienk Kleefstra loopt nu dood. De kans dat er ooit nog eens iets van boven water komt, lijkt gering. Immers de betrokken uit die tijd zijn inmiddels haast allemaal overleden.

Het antwoord op de vraag waaruit zijn verzet tegen de Duitsers bestond, kan dan ook kort en bondig worden samengevat als: waarschijnlijk illegale activiteiten en een felle anti- Duitse houding.

Verslag van Akkrum betreffende Utingeradeel (Russchen en Ypma). Invent.nr.1373 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Ned. Ver. Van Fabrieksarbeiders De gevallenen en gevangenen onder de bestuurders en leden van onze vereniging (Bijgevoegd blz. 51)
Interview F.de Boer, oud-wethouder gem. Leeuwarderadeel (Ypma).

Invent.nr. 814 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45
Verslag interview van verschillende verzetsmensen over de oprichting van de LO

Invent.nr. 814 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Interview Algra. (Ypma).

Invent.nr. 762 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Aantekeningen illegale namen met echte namen Ypma

Invent.nr. 1513 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45
Aantekeningen meistakingen in verschillende plaatsen en gemeenten
Ypma

Invent.nr. 1138Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Yge Damstra Dit hawwe wy belibbe (pag. 56) Jack Kooistra Een laatste saluut (pag. 26)

Ned. Ver. Van Fabrieksarbeiders De gevallenen en gevangenen onder de bestuurders en leden van onze vereniging (Bijgevoegd blz.51) Staten van Friezen die zijn gesneuveld

Invent.nr. 1615 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45
Aantekeningen door de Sectie Doc. V.d. Gew. Staf der NBS en Ypma betreffende Friese oorlogsslachtoffers en oorlogsslachtoffers in Friesland.

Invent.nr. 1612 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Kriich Tsjin Frjemdfolk J.P Wiersma (aug. 1946) Invent.nr. 1619 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Nota betreffende het ontwerp van wet.
Invent.nr. 49
Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Brief G. van Veen aan B&W van de gem. Utingeradeel en brief gem. Utingeradeel aan Documentatie-Commissie van het Friese verzet 1940-1945

Invent.nr. 160 of 163 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Interview met Jan van Veen in 2005. Jan Eijzenga

Het verzet in en om Akkrum

Het georganiseerde verzet begon hier eigenlijk na de april/meistakingen in 1943* en bestond voornamelijk in het organiseren van onderduikadressen, het distribueren van bonkaarten en het vervalsen van persoonsbewijzen en Ausweisen. Persoonsbewijzen werden op het gemeentehuis vervalst: andere jaartallen werden ingevuld en de beroepen gewijzigd.

Na eerst min of meer bij het district Leeuwarden behoord te hebben, ging het na de april/meistaking naar Drachten. Het eigenlijke district was in Tijnje; Grou kwam er ook bij en later nog Reduzum en Wergea. Uiteindelijk mondde dit uit in district 9 dat zo ongeveer de vroegere gemeente Boarnsterhim besloeg.

Een speciale knokploeg was er niet in Akkrum. Knokploegen overvielen bijvoorbeeld distributiekantoren. De buitgemaakte bonkaarten vonden dan via ondergrondse netwerken hun weg naar onderduikers. Ook waren ze vaak betrokken bij liquidaties van verraders en andere voor het verzet gevaarlijke personen. Je zou het de gewapende vleugel van het verzet kunnen noemen.

Toch werden ook andere zaken dan hulp aan onderduikers aangepakt.
Zo werden eens 9 ingeleverde radiotoestellen* uit en school gehaald en opgeborgen. Er stond ook nog een partij radiotoestellen in de U.L.O-school. Nadat de Duitsers er op een morgen huiszoeking hadden gedaan en er 10 hadden gevonden, besloot men de rest daar weg te halen. Ze werden naar Akmarijp vervoerd en in een kerk neergezet. De nacht daarop werden er 27 weer in een boot geladen en terug naar Akkrum gevaren. Nu werden ze verborgen in een motorboot in het schiphuis. De volgende dag werden ze bij een boer onder het hooi verborgen.

*De april/meistaking van 1943 was een reactie op de invoering van de Arbeitseinsatz, de verplichte tewerkstelling voor mannen boven de 18 jaar. En ook op de oproep dat de Nederlandse militairen zich weer in krijgsgevangenschap moesten begeven. In de weidegebieden sprak men van een melkstaking: stakers kieperden massaal de melk in de sloot. Bij het neerslaan van deze staking zijn in onze omgeving geen slachtoffers gevallen. Dit in tegenstelling tot andere plaatsen in Friesland waar verscheidene stakers werden gefusilleerd.

*Radiotoestellen moesten aan het begin van de oorlog ingeleverd worden. De Duitsers wilden niet dat men hier naar de Engelse zender luisterde. Het nieuws in de kranten was immers (Duits) gekleurd en dat strookte niet met de Engelse zender met hierop het dagelijkse praatje van Koningin Wilhelmina. Ook werden hierop gecodeerde boodschappen voor het verzet doorgegeven.

W.J. de Jong, assistent bij de zuivelfabriek te Akmarijp, was daadwerkelijk bij het vervoer betrokken. Zijn enigszins afwijkende - verslag van de gebeurtenissen:

In Oldeboorn waren radio’s in een school gevonden, in Akkrum zat de schoolzolder ook vol en ze moesten er weg, een kleine 30 in getal. Ze werden op een avond in een bok gebracht en toen voeren wij, Johannes Jonkman en Folkert van der Meer uit Akmarijp en ik, met een vaartje weg. Er lag ijs in de vaarten en alles stond onder water van Akkrum tot Sneek en van Joure tot Irnsum. Nooit heb ik zo’n koud tochtje gemaakt, het ding moest helemaal geboomd worden van Akkrum naar Akmarijp. De volgende nacht zijn ze met een bakfiets verder vervoerd en in de kerk van Terhorne opgeborgen tussen plafond en dak in. Het was hier ontzettend nauw, ik was de dunste en kon er net tussen. Er lag stof van wel 20 jaar, vogelmest enz. Mijn longen hebben een weeklang vol gezeten. 3 uur lang stonden Folkert en Johannes met een knijpkat te knijpen, tot ze lam waren en we in het duister verder moesten. Een grote kist kon niet door de opening en moest blijven staan, omdat wij geen breekijzer hadden. Wij lieten hem voor de toren staan. De andere morgen komt de kosterin in de toren, zag de kist, meent dat er munitie in zit en alarmeert de kerkeraad. 2 dagen later hebben wij die radio’s weer naar Akkrum gebracht.

En uit hetzelfde verslag nog:

Moet ik nog vertellen van den piloot, de Canadees John Gordon Fraser, die de sluis van Terhorne in november bombardeerde, bij St. Johannesga neerkwam en door KP IV in de auto naar Akmarijp werd gebracht? Hoe ik hem een radio uit Oldeboorn haalde en met radio en een pak Trouw’s bij mij in het zoeklicht van een S.D. auto terecht kwam, gelukkig zonder verdere ongelukken?

Verder wordt in dit verslag nog melding gemaakt van wapendroppings - of soms pogingen daartoe in de Deelen en op Haskerdijken.

Een voorval tijdens de spoorwegstaking* mag hier niet onvermeld blijven.
Een brugwachter van de spoorbrug wilde onderduiken, maar was erg zenuwachtig. Hij veranderde de afgesproken plaats voor het achterlaten van de krukken (sleutels) die nodig waren om de brug open of dicht te draaien. Om dit alsnog te melden, ging hij naar het huis van de betrokken verzetsman. Daar aangekomen trof hij diens vrouw, die inmiddels haar buurman had gestuurd om de krukken op te halen. Daarop haastte de vrouw zich op de fiets met achterop haar dochtertje om haar buurman van de nieuwe plaats op de hoogte te brengen. Tot overmaat van ramp liep haar achterwiel vast. Gelukkig werd ze geholpen door Wiebe, een onderduiker. De krukken bleken in het bootje bij de brug te liggen en toen de buurman hierin stapte, vroeg het kleine meisje of ze even mee mocht varen. De buurman deed daarna gauw de krukken in een jas en gaf die samen met het kleine meisje over aan de vrouw. Er lag een NSB-schipper in de buurt, maar die had niks in de gaten. De krukken zijn tot de bevrijding onvindbaar gebleven.

*De spoorwegstaking vanaf 17 september 1944 had als doel het vervoer van en voor de Duitsers lam te leggen. De geallieerden waren hun luchtlandingen bij Arnhem begonnen en wilden doorstoten over de grote rivieren; de zuidelijke helft van Nederland was dus al bevrijd. Het Duitse antwoord hierop was dat er ook geen voedsel meer naar het westen van ons land kon met een desastreuze hongerwinter aldaar tot gevolg.

Alle spoorwegmensen in Akkrum zijn tijdens de spoorwegstaking ondergedoken. Een zekere Lanting en Hof bedoeld is waarschijnlijk Wolter ten Hoeve - doken onder op een boerderij in Oldeboorn. Ze werden evenwel gepakt en samen met de boer (Hoekstra) gevangen gezet in Grou.

Bij Popke Zwerver in de Tijnje werd besloten deze mensen te bevrijden. Hierbij waren ook Van der Bos en de politiemensen Van Dijk en Van der Meer betrokken.
Een delegatie fietste naar Grou en wist wachtmeester Algra te bewegen mee te werken. Hij zou dan samen met de bevrijde gevangenen onderduiken. Voor zijn vrouw zou worden gezorgd. De beheerder(?) Jongstra zou uit de buurt blijven en zodoende buiten schot blijven.

De nacht daarop fietsten Van Dijk en Van der Meer naar Grou om eerst te overleggen met een een zekere Kors en later nog met Bangma erbij. Deze twee(?) zouden de mensen eruit halen, maar er kwam een kink in de kabel. Een open deur bleek door een niet- ingewijde weer op slot te zijn gedraaid. Er zat niets anders op dan Jongstra op te wachten, die naar Akkrum was. Jongstra heeft hun toen de sleutel gegeven. Hoekstra, Lanting en Wolter ten Hoeve zijn daarna bevrijd.
Van Dijk en Van der Meer waren inmiddels vertrokken, want die moesten om 3 uur in Akkrum zijn. De volgende ochtend om 6 uur kreeg Van Dijk bericht dat Jongstra gearresteerd was en kennelijk ook Algra. Algra is niet doorgeslagen en na 8 weken zijn beiden weer vrijgelaten, niet nadat ze beestachtig mishandeld waren.

De politiemensen Van Dijk en Van der Meer werden beiden gearresteerd op 17 februari 1945. Uit het relaas van Van der Meer:

Wij fietsten naar Grouw en ik vroeg aan de moffen waarom ik gearresteerd was. Ze hadden ’s nachts een hele lange vent gearresteerd en die had gezegd, dat hij bonkaarten van mij gekregen had. Ik dacht, dat bestaat niet. Dan kan er niks gebeuren. Anders was er niet en ik dacht, dat lijkt goed. Wij komen in Grouw, waar we op de grond moesten zitten. Eerst zijn we verhoord en vroegen ze mij naar mijn tweede wapen. Verder werd er niks gevraagd. Wij zaten dus op de grond en twee moffen bewaakten ons. Ik kijk zo rond en zie ook mijn radiotoestel staan . . .

Toen werden er nog 3 man binnengebracht. Ik zeg tegen Van Dijk, wie is die lange vent? Dat was Hielkema, die ons met wapens hadden geholpen. Die drie mensen werden aan elkaar gebonden en wij werden met handboeien aan elkaar gezet. Wij werden op een melkwagen gezet en moesten zo naar Leeuwarden vervoerd worden . . .

Bij de Sneekerhoek hoopten ze bevrijd te worden, maar dat viel tegen. Na verschillende keren in Leeuwarden verhoord te zijn en in verschillende cellen met verschillende medegevangenen gezeten te hebben, werden de twee politiemensen na Pasen samen met 8 andere mannen en 4 vrouwen in een vrachtauto “geperst”:

Naast ons en achter ons stonden kerels met een sten. Een luxe auto voor en er een achter met rexisten (handlangers van de Duitsers uit België-red.). Wij werden naar Groningen gevoerd, of naar de gevangenis, of we zouden daar doodgeschoten worden, dat wisten wij niet . . 

Wij komen bij Grijpskerk en daar cirkelt een Engelse jager boven ons hoofd. Die rexisten zagen hem ook en vlogen uit de auto’s. Wij moesten blijven zitten. Gelukkig heeft hij niet geschoten . . .

In Groningen werden ze opgesloten in het Huis van Bewaring met 14 man in een cel.

Zaterdags kwamen wij er niet uit om te luchten en hoorden toen ook het schieten in de verte . . .
Wij kregen daar een pakket van het Rode Kruis, met allerlei etenswaren er in. De een at alles achter elkaar op, maar ik dacht ik hou iets achteruit. Het schieten kwam steeds dichterbij en vrijdagmorgens vlogen de kogels al over het gebouw heen . . .

’s Middags komt er een Duitser. Een S.S.er, die spierwit was. Hij telde ons. Er werd ons niets gezegd en wij durfden ook niets te vragen. Een uur daarna gaat de deur weer open en komt er een brigadier binnen, die vertelde dat er nog 5 man bewaking was voor 26 gevangenen, verder was het hele gebouw leeg. Die 5 man zaten te wachten op orders, wat er met ons moest gebeuren. Wij werden in cellen verdeeld. De bewakers waren net de deur uit, of er stopte een auto voor het gebouw. Bellen en bellen, maar de auto verdween weer. Wij werden overgebracht naar de strafgevangenis. Later bleek dat die auto voor ons gekomen was. Dan zouden wij doodgeschoten worden . . .

Na chaotische taferelen in en rondom de gevangenis werden ze op zondagochtend bevrijd door de Canadezen. Op dinsdagmorgen kwamen ze in Akkrum aan waar het toen allemaal feest was.

Tijdens het doornemen van archiefstukken die met het verzet in Akkrum en omstreken te maken hebben, stuit je geheid op namen van personen die daar ook mee van doen hadden. Van sommigen van hen komt zelfs uitgebreide informatie aan het licht. Dat is dan ook zoveel mogelijk bij de betreffende namen verwerkt. Daarmee is niet gezegd dat iedereen die iets in het verzet betekend heeft hier ook genoemd wordt.

Meester Langman (schuilnaam Piefke) hoofd geref. school Akkrum. Hij maakte deel uit van de LO in Leeuwarden vanaf het prille begin in januari 1943.12 In feite was die toen (nog) politiek getint en maakte deel uit van de vroegere AR-partij. Langman liet eens de hele administratie en notulen van een geheime AR-vergadering in de Waag in Akkrum liggen. Hij is uit Akkrum vertrokken en ergens ondergedoken in het midden van het land.

Van der Meer was bij de politie en hoofd arrestatie te Akkrum. Raakte bij het verzet betrokken vanaf mei 1944. Waarschuwde te arresteren arbeiders voor Duitsland eerst en ging er dan heen om huiszoeking te doen. De echtgenotes vertelden dan een smoesje dat hun man al in Duitsland was. Hiervan maakte Van der Meer dan weer rapport op. Hij en Van Dijk hebben nooit iemand opgepakt. Ook pikte hij eens Ausweisen onder de ogen van de Duitsers vandaan toen ze even telefoneren moesten. Zo had hij de sleutel van de postbussen van Nes en Aldeboarn. Als er dan brieven in zaten die aan de Landwacht waren geadresseerd, dan viste hij die eruit. Toen Jelke van der Hoek moest onderduiken, nam hij de zaak van hem over. Hij kreeg bonkaarten van de plaatsvervangende leidster van het distributiekantoor, Mej. A. van Dijk. Zelf werd hij gearresteerd op 17 februari 1945 en in Groningen bevrijd door de Canadezen.

Van Dijk was bij de politie hoofd arrestatie te Aldeboarn. Raakte bij het verzet betrokken vanaf mei 1944. Ook gearresteerd op 17 februari 1945. En ook in Groningen bevrijd door de Canadezen.

Dokter Algra
Er vond in september 1944 een LO-vergadering plaats bij hem thuis . Hierbij waren verder aanwezig: veearts De Jong, Jonkman, Popke Zwerver, Sjerp de Vries, dr. Terpstra, J. van der Hoek en nog een achtste persoon.

Kreeg in 1944 de administratie die verborgen lag in de Waag.

Burgemeester Paul Marinus Baerdt van Sminia werd op 5 mei 1944 opgepakt. Door zijn toedoen kon Sjerp de Vries ontsnappen uit de cel van het gemeentehuis in Akkrum. Dat heeft Baerdt van Sminia in feite met de dood moeten bekopen. Hij overleed op 28 april 1945 op transport na ontruiming van het concentratiekamp Neuengamme (zie ook * op blz. 13)

Sjerp de Vries (schuilnaam Piet)
Hij was hoofd LO van de gemeenten Utingeradeel en Idaarderadeel. (voorloper Boarnsterhim) Hij was eerst plaatsvervanger en later opvolger van meester Langman en zat enige tijd ondergedoken bij Klaas Jellema in Gauw. Na zijn arrestatie in mei 1944 werd hij bevrijd door burgemeester Baerdt van Sminia uit de cel van het gemeentehuis in Akkrum en zette zijn verzetswerk voort.

Popke Zwerver
Verzetsman van het eerste uur; werkte op het distributiekantoor. Hij bivakkeerde in een woonschuit achter Tijnje. Hij was al eind 1942 actief in het onderbrengen
van onderduikers, zo’n 40 in getal, en werkte op eigen houtje tot de meistaking* in 1943. De onderduikers kregen toen nog geen bonkaarten. Ze moesten zichzelf redden. Zo leerde hij 5 gezinnen het spinnen! Dat werd anders na de april/meistaking in 1943 toen het verzet georganiseerd raakte.
Hij nam na 5 mei 1945 de taak over van Sjerp de Vries om bonkaarten te halen uit Drachten toen die moest onderduiken.
6
Op 23 juli 1944 gearresteerd na een onderschepte brief met bonkaart voor de ondergedoken meester Langman, die nog steeds hier stond ingeschreven. Ook meester Lyclama werd gearresteerd had de onderschepte brief op dat moment in z’n bezit – en samen zijn ze naar Delfzijl gestuurd. Van hieruit is later Lycklama naar Norderney gestuurd en wist Popke op 24 november uit Delfzijl te ontsnappen. Daarop dook hij meteen onder, maar werd weer op 3 januari 1945 door de SD opgepakt en kwam in het strafkamp te Assen terecht. Na de oorlog naar Canada gegaan.

Wietske Zwerver, vrouw van Popke en ook bij het illegale werk betrokken.

Akke Groen Koerierster

Martha Greveling
Op foto NBS
4

Thea Bottema
Koerierster. Bezorgde na de meistaking bonkaarten. Zegels bracht zij naar verschillende plaatsen in de omgeving. Het hele gezin Bottema werkte kennelijk voor de illegaliteit. Zo zou er eens een onderduikster bij hun in huis komen die beweerde dat ze door de SD gezocht werd. Ze had de naam van Popke Zwerver die in een woonschuit zat, onderweg in de trein gehoord. Dit leek erg onwaarschijnlijk waarop men haar naar goede kennissen vroeg. Zij gaf toen de naam op van haar broer die KLM-vlieger was. Inmiddels was haar tasje doorzocht
en vond men adressen en foto’s van Duitsers. Bij navraag op het adres van haar broer in Amsterdam bleek dat die broer gevangenenbewaarder was.
Toen men naar zijn zuster vroeg, antwoordde hij:”Zit dat kreng bij jullie? Zeg dan maar dat ik ze zal ophalen”. Ook Landman was inmiddels bezig uit te vinden wie ze was. Het bleek een oplichtster te zijn. Zij had door een nichtje van Popke het adres gekregen. Die had haar gevonden op een bank waar zij zat te huilen en had medelijden gekregen. De Bottema’s moesten haar dus zo snel mogelijk kwijt zien te raken. Popke heeft ze toen onder een of ander voorwendsel naar de trein gebracht. De politie zou daar klaar staan voor controle van persoonsbewijzen en zodoende werd zij gearresteerd. Ze is toen in Leeuwarden terechtgesteld.

Jelke v.d. Hoek, verzetsman Akkrum werkte bij Halbertsma Grou - was bij de eerste bijeenkomst OD bij Terpstra in Aldeboarn in augustus 1944.

Gerben Oppewal, DIC District IX, zat bij hem ondergedoken.
Bracht o.a. pamfletten rond om mensen op te wekken niet naar de verplichte tewerkstelling in Drente te gaan. Moest daarna onderduiken. Veertien dagen heeft hij ondergedoken gezeten; in die tijd is er 3 keer huiszoeking bij hem geweest, waarvan hij tweemaal thuis was (onder de vloer)!

Gerben Oppewal (Gerard)
Vanaf maart 1945 districtscommandant van District 9 (ruwweg de gem. Boarnsterhim) als opvolger van de gefusilleerde meester Tinkelenberg uit Sibrandaburen. Hij was o.a. betrokken bij de overval op de gevangenis in Leeuwarden. Zat in die tijd ondergedoken bij Jelke van der Hoek in Akkrum.

Jan Bruinsma, verzetsman Akkrum.

Wiebe, rayonhoofd LO-NST (?), tevens verzorger van KP in Idaarderadeel en

Utingeradeel in de tweede helft van 1943. Iedere donderdag bijeen op gemeentehuis of bij de burgemeester thuis.

Meester (ULO) Van der Zee.
Na de april/meistaking in 1943 betrokken bij het opstellen van een begrotingsfonds dat steun uitkeerde aan iedereen die onderdook. Die kregen dan een bedrag waar ze een half jaar genoeg aan hadden. Hiervoor was een bedrag van f 5000 nodig dat er kennelijk ook kwam.

L. Bosch was erbij gekomen toen ze over gingen naar district Drachten in mei 1943.
In Drachten werd de KP samengetrokken. Een groep A (te Opeinde) en groep B die onder bevel stond van Bosch. Bosch zat met zijn groep in een woonschip in de Deelen bij Popke Zwerver.
Hij wordt later ook nog genoemd bij de voorbereiding van de bevrijding van 2 spoorwegmensen uit een cel in Grou.

Juffrouw van Dijk (Aldeboarn)
plaatsvervangend leidster van het distributiekantoor. Gaf bonnen aan Van der Meer. Dit overgenomen van Popke na diens arrestatie op 23 juli 1944.

Hein Knol (Aldeboarn)
vanaf het einde van 1943 bij de illegaliteit. Koerier van de distributie Verspreidde ook geregeld de Koerier.

Johannes Jonkman, Contactpunt L.O Akmarijp.7 Genoemd als “vrijgekomen” in stuk Akkrum. En bij onderhoud met J.v.d.Hoek.

Jan Lyklama hoofd van een school in Akkrum. In de nacht van 22 op 23 juni 1944 opgepakt. Hij had een brief met een bonkaart van meester Langman in zijn bezit. Eerst samen met Popke Zwerver vastgezet in Leeuwarden en toen zijn beiden tewerk gesteld in Delfzijl. Lyklama is na een paar maanden naar Norderney gezonden en kwam pas na de bevrijding thuis.

Veearts De Jong uit Akkrum was bij de eerste bijeenkomst van de OD bij Terpstra in Aldeboarn in augustus 1944.

Kortenaar woonde vergaderingen bij in de Koopmansbeurs in 1942. Dit was de “Beurs” voor onderduikende joden. Hij zat binnen het AR verzet.

Riekele Hoekstra was in mei 1943 melkcontroleur bij de Coöperatieve Zuivelfabriek Utingeradeel te Akkrum en had een werkzaam aandeel in de toen losgebarsten melkstaking. Hij kwam daarna al spoedig in contact met Popke Zwerver en werd ingeschakeld bij de L.O. In augustus 1944 werd hij verraden door een onderduiker aan de Landwacht en moest onderduiken. Na omzwervingen in het midden van het land kwam hij naar Friesland terug, waar hij onderdook bij zijn ouders in Katlijk en later in Oudehorne. In februari 1944 ging hij weer werk doen voor de L.O. en werd ook ingeschreven bij de N.B.S. Vlak voor de Canadezen kwamen, nam hij als BS-er deel aan gevechten om de Luchtwachtpost Tjalbert op de Duitsers te veroveren.

Van Houten, districtleider NC (Ned. Comité van Verzet) en LO september 1944.

Gerrit van Veen, commies belastingen, verantwoordelijk voor de distributie van bonnenkaarten. Werkte veel samen met burgemeester Baerdt van Sminia. Er vonden bijeenkomsten plaats op het gemeentehuis met de burgemeester, Gerrit van Veen, meester Langman en Popke Zwerver. Die moeten te maken hebben gehad met bonnen voor onderduikers. In juli 1944 gearresteerd wegens het in bezit hebben van bonkaarten voor de illegaliteit. Via Leeuwarden naar een strafkamp in Delfzijl gestuurd. Daar wist hij op 24 november te vluchten met een vervalste verlofpas. Hij werd op 5 januari 1945 opnieuw thuis gearresteerd door de SD. Die checkten zijn verlofpas en toen viel hij door de mand. Diezelfde nacht naar Grou en vandaar naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Een week later naar een strafkamp in Drenthe gezonden. Op 9 april wist hij hieruit weg te komen en fietste naar huis.

Jan van Veen, zoon van Gerrit van Veen. Wist niet eens dat zijn vader in het verzet zat, maar vermoedde het wel. Zat op de MTS en liep stage bij gemeentewerken van Utingeradeel. Had een Ausweis waardoor hij zich vrij kon bewegen. Hij werd een paar keer gecontroleerd maar lag kennelijk wel goed bij de Landwacht. Twee keer gearresteerd. Een keer samen met burgemeester Baerdt van Sminia . Een akkevietje met een radio in het gemeentehuis. De tweede keer werd hij samen met zijn vader thuis gearresteerd. Na vrijlating ondergedoken in de Deelen en sliep in het Tripgemaal. Kwam bij de knokploeg Drachten en was betrokken bij wapendroppings. Kreeg in 1982 het Verzetsherdenkingskruis opgespeld door Prins Bernhard.

Interview Inspecteur L. Bosch Ypma
Invent.nr. 840
Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Verslag van Akkrum betreffende Utingeradeel (Russchen en Ypma). Invent.nr.1373 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Invent.nr. 738 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 (Van Dijk en Van der Meer) Invent.nr. 1440 - foto nr. 15 - Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45
Friesland Annis Domini 1940-1945
Y.N. Ypma

Onderhoud met Jelke van der Hoek (aant. Bij verslag Akkrum) Invent.nr. 973 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Brief W.J. de Jong aan Documentatie-commissie Ver. Friesland 1940-1945 Invent.nr. 1025 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Strijders, onderdrukkers en bevrijders Jack Kooistra (blz. 286) Interview R.U. Hoekstra. Invent.nr. 977 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Interview Rinks. Invent.nr. 1170 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45 Interview met Jan van Veen 2005 Jan Eijsinga

Bezettingstijd in Friesland I (blz. 347) P. Wijbenga
De Mid-Frieslander 12 april 2005
artikel van Y. Damsma.

Getuigenverhoor Nijenhuis
CABR
BRC Invent.nr 75523, dossiernr. 534/4

IV Niet-teruggekeerden

Uit de gemeente Utingeradeel zijn in de oorlog gearresteerd, naar Duitsland overgebracht en aldaar overleden:

Mr. Jhr. Paul Marinus van Baerdt van Sminia - Aldeboarn

Jan van Dijk, Catrienus Eenshuistra, Rienk Kleefstra - Akkrum - Akkrum - Akkrum

De secretaris van de afdeling Utingeradeel van de Stichting 1940-1945, Gerrit van Veen, schrijft op 28 november 1952 aan de burgemeester van Utingeradeel :

In antwoord op bijgaande stukken deel ik u mede, dat naast de door u genoemde personen ook nog Sjonger te Terhorne dient te worden genoemd.
Jhr. Mr. P. M. van Baerdt van Sminia en R. Kleefstra zijn wél, de overigen niet als verzetsmensen te beschouwen.

Verder is het mij niet mogelijk U volledig betrouwbare gegevens te verstrekken. In een brief van de gemeente Utingeradeel van 3 december 1952 aan de Documentatie- Commissie van het Friese Verzet 1940-1945 te Leeuwarden staat o.m. het volgende: )

  1. Mr. Jhr. Paul Marinus van Baerdt van Sminia,
    Geboren: 27 Maart 1901 te Leeuwarden, wonende te Oldeboorn;
    Van beroep: burgemeester van Utingeradeel, gehuwd, Nederl. Hervormd; Gearresteerd op 5 Mei 1944 in het gemeentehuis van Utingeradeel te Akkrum wegens verzetshandelingen;
    Werd enkele dagen te Leeuwarden gevangen gehouden, toen naar Amersfoort overgebracht en daarna naar een gevangenkamp in Duitsland, waar hij na vele ontberingen is overleden te Bevern, op 24 April 1945 kort na de dag, waarop de gemeente Utingeradeel na een bijna 5 jarige onderdrukking werd bevrijd. Burgemeester van Sminia is in Duitsland begraven.

  2. Jan van Dijk, geboren 22 December 1907 te Franeker, wonende te Akkrum, stoombootondernemer, gehuwd, Hervormd;
    Werd op 20 Oktober 1944 in zijn woning te Akkrum gearresteerd en naar Duitsland overgebracht. Is daar, vermoedelijk na vele ontberingen, overleden op 21 December 1944 te Osnabrück.

    Voorzover bekend, was hij geen verzetsman, maar een goed Nederlander. Zijn stoffelijk overschot is naar Akkrum overgebracht en in Februari 1952 aldaar herbegraven

  3. Catrienus Eenshuistra, geboren 15 Mei 1913 te Akkrum, wonend te Akkrum, van beroep koopman, ongehuwd, geen godsdienst;
    Werd op 20 Oktober 1944 in zijn ouderlijke woning te Akkrum gearresteerd en naar Duitsland overgebracht, waar hij vermoedelijk na vele ontberingen is overleden op 8 maart1945 te Hahn.

    Voorzover bekend, was hij geen verzetsman, maar een goed Nederlander. Zijn stoffelijk overschot is naar Akkrum overgebracht en in Februari 1952 aldaar herbegraven.

  4. Rienk Kleefstra, geboren 20 februari 1902 te Akkrum, wonende te Akkrum, werkman, gehuwd, geen godsdienst, werd op 20 Oktober 1944 (bedoeld moet zijn 8 januari 1945 red.) in zijn woning te Akkrum gearresteerd, nadat hij zeer ernstig door de Grüne Polizei was mishandeld. Hij werd naar Duitsland overgebracht en overleed aldaar op 20 april 1945 te Oldenburg, vermoedelijk tengevolge van vele ontberingen.
    Hij was verzetsman. Zijn vrouw wordt financiëel gesteund door de Stichting 1940- 1945.
    Zijn stoffelijk overschot is naar Akkrum overgebracht en in Februari 1952 aldaar herbegraven.

1 Brief gem.Utingeradeel aan Documentatie-Commissie van het Friese verzet 1940-1945 Invent.nr. 160 of 163 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

 

V Verraad

Volgens overlevering moest Berend Nijenhuis (38 j.) de verrader zijn geweest. “De schrik van Akkrum” en “de beste medewerker van de SDHij was door de illegaliteit ter dood veroordeeld.
Controleur bij de PTT en woonachtig in Akkrum. Fanatiek lid van de NSB en de Landwacht. Geen brave broeder dus. Inderdaad blijkt uit getuigenverhoren een met de vijand heulende verrader op te doemen. Maar uit de stukken is niet gebleken dat hij zelf aan mishandelingen deelnam.

Drie maal heeft het verzet hem gevangen willen nemen of liquideren. Drie keer ging het niet door . De eerste keer was op een avond in december 1944. Hierbij waren in ieder geval de politieman Van Dijk, De Vries en Popke Zwerver betrokken. Van Dijk zou hem “pikken”. In ieder geval pikte een van hen bij een boer zijn fiets, waar de aktentas nog achterop zat. Jammer genoeg zaten er geen belangrijke papieren in, maar alleen een stuk spek. Echter Berend bleek plotseling verdwenen te zijn. Die lichtte nog diezelfde avond zijn collega-landwachters in i.v.m. de diefstal van zijn fiets. Van Dijk heeft toen de fiets bij Popke weggehaald en met een smoesje naar Berend teruggebracht. Berend vertrouwde het niet helemaal en dacht dat Van Dijk er wel meer van zou weten, maar bewijzen kon hij niets.

De andere keer had hij zijn dochtertje achterop de fiets toen hij op een vast tijdstip melk ging halen bij een boer in de buurt van Aldeboarn. De twee mannen van de ploeg van Popke die stonden te posten, zagen ervan af vanwege zijn dochtertje. Ze wilden het doen zonder represailles uit te lokken.*

Bij de laatste poging stormde het zo dat ze hem op de fiets niet konden inhalen. Daarna hebben ze nooit een kans weer gehad.

Op 16 april 1945 werd hij door de BS gearresteerd en opgesloten met andere NSB’ers in de vleesfabriek FCE te Akkrum.
Hij was achtereenvolgens gedetineerd in Crackstate te Heerenveen
melding hiervan op 7 december 1946 - en in Scheveningen melding 28 november 1947.

Tijdens de getuigenverhoren op 24 juni 1947 van het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden kwamen o.a. de volgende getuigen aan het woord: 

Gauke Hoogeveen. Hij werd op 8 juli 1944 door landwachter Keuning naar Nijenhuis gebracht, waarop laatstgenoemde Hoogeveen meedeelde: “Als je wegloopt moet ik op je schieten”.

* Als represaille voor het doden van een Duitser of NSB’er werden vaak een aantal Nederlandse gijzelaars gefusilleerd. Of het hier de bedoeling was geweest om zijn lichaam te laten verdwijnen of om hem gevangen te nemen, is niet duidelijk

Gerrit van Veen, samen met Lyclama, leider van de distributiedienst te Akkrum. Hij kreeg tijdens een razzia in de nacht van 23 op 24 juli 1944 bezoek van twee leden van de Arbeidscontroledienst en twee militairen. De bezoekers vonden bonkaarten die bestemd waren voor personen die werkzaam waren in de illegaliteit en ondergedoken waren. Mis natuurlijk! Buiten ontwaarde hij gewapende landwachters waaronder Nijenhuis, die het huis bewaakten.

In de nacht van 20 op 21 oktober 1944 arresteerden 2 SDers in gezelschap van Nijenhuis Alle de Jong (33 j.) Vervolgens ging men naar het huis van diens vader Uiltje de Jong (61) en daarna naar Jelke van der Hoek (die niet thuis was). Toen op naar Catrienus Eenshuistra. Deze werd samen met Alle de Jong meegenomen naar Jan van Dijk die ook werd gearresteerd. De laatste drie werden eerst naar Leeuwarden en vandaar naar Duitsland gestuurd.

Bram Nijdan (56 j.), ondergedoken bij zijn broer Jacob Nijdam in Oldeboorn, werd hier door twee SD’ers gearresteerd. Nijenhuis was hierbij aanwezig.

De ondergedoken spoorwegman Wolter Meester (42 j.) werd na arrestatie op 9 januari 1945 naar het strafkamp in Wilhelmshaven gestuurd. Hij vertelde dat hier later meerdere personen uit Akkrum arriveerden waaronder G. van den Berg en R. Kleefstra.

Willem van Kalsbeek (37 j.), los werkman, werd in de nacht van 27 op 28 december 1944 door SD’ers in gezelschap van Nijenhuis gedwongen het huis van Jeen Schippers aan te wijzen. Beiden werden overgebracht naar Grou en op 9 januari naar Wilhelmshaven. Schippers is later met het eerder beschreven ziekentransport via Delfzijl in Nederland teruggekeerd.

Jan Boersma (21 j.), ondergedoken op de boerderij van Sibbele de Vries op Sorremorre, schaatste met anderen achter de boerderij. Dat moet doorgegeven zijn. In de nacht van 29 op 30 december 1944 deden enkele SDers hier huiszoeking. Jan Boersma en Piet Verver werden gevonden en mishandeld. Aanwezig was Nijenhuis gekleed in groene militaire cape en met Duitse soldatenpet op. De boer Sibbele de Vries werd hevig geslagen en gestompt na het vinden van de twee onderduikers. Hij zag dezelfde persoon met cape en pet in de schuur die getuige was van de mishandelingen. Alleen Boersma en Verver zijn meegenomen.

Gerrit van den Berg had, na zijn arrestatie buitengekomen, duidelijk Nijenhuis herkend toen het schijnsel van een zaklantaarn toevallig op hem werd gericht. Hierop had hij hem toegevoegd: ”Zo, ben jij dat, rotkop!” Aan de voorafgaande huiszoeking hadden de als SD geklede figuren zich eerst voorgedaan als gedeserteerde Duitse soldaten die om onderdak vroegen. Toen Van den Berg daar niet intrapte, begonnen ze hem te slaan waarbij zijn tanden los in zijn kaken kwamen te staan.

H. Hempenius, schipper (32 j.), werd op 27 maart 1945 gearresteerd door een 8-tal SDers op verdenking van wapenbezit. Kort daarvoor was hij op weg naar zijn stukje bouwland Hendrik Sligt tegengekomen. Sligt was NSB-er en landwachter. Op de terugweg naar huis stond Nijenhuis grijnzend in de deuropening van het kantoor van Sligt.

Getuige 26 is Boukje de Beer, de vrouw van Rienk Kleefstra. Zij verhaalt van de brute inval in hun huis om 3 uur ’s nachts en de daaropvolgende mishandeling van haar echtgenoot. Niet dat ze daar direct getuige van was, want ze was onmiddellijk naar de bovenverdieping gezonden. Wel hoorde ze roepen: ”Niet slaan, niet slaan!” Dat had kennelijk weinig effect gehad gezien de bloedplas en de bloedspatten op het behang toen ze een half uur later beneden kwam. Afscheid nemen was er niet bij. Beschuldigingen aan het adres van haar man had ze ook niet gehoord. Het was haar ook niet bekend of hij illegaal werk deed, maar dat hij fel anti-Duits was, was overduidelijk! Voor zover zij wist was er geen sprake van persoonlijk ongenoegen tussen haar man en Nijenhuis. Zij had verder niets kunnen zien vanuit de slaapkamer.

Jasper Keizer noemt nog anderen die hij aanbracht bij de Duitse autoriteiten: Oterdoom, directeur van U. Twijnstra’s fabrieken, die daarop huiszoeking kreeg, Schoppen, die nog in het bezit was van een auto, Aldert Hoogeveen en B. de Groot, die onderduikers hadden, Van Putten, die nog een radio in zijn bezit had en tenslotte Willem Kalsbeek.

De verdachte Nijenhuis bekende steeds bij de arrestatie van getuigen aanwezig te zijn geweest en huizen te hebben aangewezen van A. de Jong en U. de Jong, K. Eenshuistra, J. van Dijk, P. van der Hoek en P. Postma.

Dat hij de hoofdopzichter van de Nederlandse Spoorwegen Bram Nijdam zag lopen in een weiland, de SD daarover inlichtte en de volgende nacht de boerderij aanwees van zijn onderduikplek bij zijn broer Jacob Nijdam.

Voorts bekende hij Murk de Jong aan Diensstelle Grou te hebben doorgegeven omdat deze zich had onttrokken aan de verplichte arbeidsinzet en was ondergedoken. Vervolgens had hij zijn huis aangewezen.

Tevens bekende hij de SD de woningen aangewezen te hebben van ds. Koster, de getuige Van den Berg en R. Kleefstra allen te Akkrum. Dat hij toen gekleed was in een Duitse militaire cape en een Duitse militaire pet droeg. Er waren die nacht geen andere landwachters bij aanwezig.

Ook Hempenius moest hij doorgeven zodra hij hem zag. En verder dat hij bij vele soortgelijke gevallen aanwezig was geweest.

Hij ontkende met klem de namen doorgegeven te hebben van ds. Koster, Van den Berg en Kleefstra; alleen de huizen aangewezen te hebben. De adressen van deze drie personen hadden de Duitsers op een papier staan.
Als hij de naam van R. Kleefstra niet heeft doorgegeven, wie dan wel? Is er dan nog een verrader in het spel?

Op 8 juli 1947 veroordeelde het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden Berend Nijenhuis tot 18 jaar, geheel te ondergaan in een Rijkswerkinrichting, met aftrek van voorarrest; ontzetting kiesrecht voor het leven; verlof beroep aan te tekenen.
De eis van de officier was 20 jaar.

Er is kennelijke beroep aangetekend want op 7 januari 1948 veroordeelde de Bijzondere Raad van Cassatie hem tot 12 jaar met aftrek vanaf 15 april 1945, wegens “Het opzettelijk in tijd van oorlog den vijand hulp verlenen, meermalen gepleegd” rekening houdend met de geringe ontwikkeling en zeer moeilijke omstandigheden waarin hij destijds verkeerde. Tot dat moment was hij in bewaring gesteld in de strafgevangenis te Scheveningen.

Bij de cassatiegevallen werd al vaak milder be(ver)oordeeld, zo ook hier waar de omstandigheden waaronder de veroordeelde heeft gehandeld en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van den veroordeelde kennelijk wel (of meer) hebben meegewogen gezien de lichtere straf.

Zijn straf zal hij bij lange na niet uitgezeten hebben. Immers Nederland wilde weer overgaan tot de orde van de dag en deze donkere bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis liefst zo spoedig mogelijk omslaan. Dus kwamen bijna alle politiek gedetineerden vervroegd vrij. Dit trouwens tot groot ongenoegen van de leden van het vroegere verzet.

Van een vermeend verbod om in Akkrum te komen is niets te vinden. Hij schijnt zijn oude moeder in de Schoolstraat nog wel bezocht te hebben, maar dan in het donker, bang als hij geweest moet zijn voor de gevolgen bij herkenning.

Op 3 maart 1948 werd het beheer over zijn vermogen beëindigd. Op 25 maart 1949 was er sprake van “daar hij in de mijnen werkt”. Waarschijnlijk lag dit werk in het verlengde van zijn straf.

Binnen de familie was er altijd sprake van één verrader: Berend Nijenhuis. Na raadpleging van de verschillende rechtbankverslagen lijkt er sprake van nog een verrader: Jan Keuning!
Nijenhuis heeft dan wel het
huis aangewezen en was op de achtergrond aanwezig tijdens de arrestatie, maar Keuning moet de naam hebben doorgegeven aan de SD.

Jan Keuning (50 j.) Hij woonde in Akkrum en was gepensioneerd ambtenaar bij de spoorwegen. Lid van de NSB en Opperscharleider (buurtschapshoofd) van de Landwacht. Was ook begunstigend lid van de SS en lid van de politieke opsporingdienst te Groningen. Niet alleen verraad en het opsporen van landgenoten viel hem aan te rekenen, maar ook mishandeling!

Zo joeg hij in juli 1944 onder Akkrum Albertus Johannes Jorna een schot hagel in zijn rechterbeen. In augustus 1944 schoot hij met hagel Sjoukje Hofman in de rechterarm en in de heup!

Er werden hem meer zaken ten laste gelegd. Hij had radiohandelaar Sietema uit Wergea aangebracht en was mee geweest om hem te arresteren. De politiemannen Van Dijk uit Aldeboarn en Van der Meer uit Akkrum werden door hem aangegeven. Ook was hij aanwezig bij tientallen huiszoekingen waarbij hij als een beest tekeer ging: deuren intrappen en stelen!

Maar het belangrijkste bewijsstuk is wel zijn minuscule zakboekje waarin op twee bladzijden ergens weggedoken in het midden de namen van verdachte personen staan genoteerd. Achter deze namen staan afkortingen of codes.
Keuning beweerde deze namen doorgekregen te hebben van politieman Bergsma van Grou. Hij zou deze mensen speciaal in de gaten hebben moeten houden. En nee, wat de afkortingen achter de namen betekende wist hij niet! En wel gek dat bij al deze namen huiszoekingen zijn gedaan en dat twee van de voorkomende namen niet meer zijn teruggekomen! Kortom, dit notitieboekje werd kennelijk
beschouwd als de “smoking gun”.

Tussen die namen staat de naam R. Kleefstra!

In datzelfde notitieboekje staat een aantekening: Terhorne. J. Dijkema. O. Hoekstra. H. Mulder. J. v d Werf. J. de Leeuw.

Volgens Jasper Keizer gaf Keuning een aantal namen in Terhorne aan Nijenhuis: C. v.d. Werf, Koert de Vries, A. Koopmans, De Leeuw, O. Hoekstra, Jac. Hoekstra, Postma, F. de Jong, A. Dijkema en Wits.

Volgens Kooistra heeft Keuning de volgende 22 personen verraden: Gerrit van der Berg, J. Bouma, Jan van Dijk, B. Grasso, Jacob Hoeve, K.(F) Kuiper, G. Smink, J. Lijklema, E.(H) de Jong, R. Kleefstra, Douwe Melein, P. Postma, S. Rienstra, Sj. van der Schaaf, Johannes Schoegje, Sjouke (J) Schouwstra,, G. Slotje, R.(B) Terpstra, G. van (der) Veen, A. van der Veen, E.(B) de Vries en Ype van der Zee. 

Niet al deze namen komen in zijn notitieboekje voor of althans niet goed leesbaar. Dat zijn: J. Bouma, Jacob Hoeve, K (F) Kuiper, G. Smink, Douwe Melein, P. Postma, S. Rienstra, Sj. Van der Schaaf, Johannes Schoegje, Sjouke (J) Schouwstra,
(Tussen ( ) zijn voornaamletters van Jasper Keizer).

Het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden veroordeelt de 50 jarige arbeider Jan Keuning te Akkrum op 4 mei 1948 tot 12 jaar met aftrek geheel te ondergaan in een Rijkswerkinrichting benevens ontzetting uit de kiesrechten voor het leven. De eis was 15 jaar. Hij kreeg het recht van cassatie.

Op 8 januari 1949 wordt zijn hoger beroep verworpen door de Bijzondere Raad van Cassatie.
Per 1 mei 1949 wordt het beheer over zijn vermogen beëindigd.
Op 28 juni 1950 wordt een tweede gratieverzoek afgewezen.

Wanneer hij op vrije voeten is gesteld, kon in zijn dossiers niet achterhaald worden. Dat hij vervroegd is vrijgelaten, mogen we wel aannemen. Immers nagenoeg alle collaborateurs werden vervroegd naar huis gestuurd.

Was ook Theade Fokke Punter erbij betrokken? Hij maakte deel uit van de actieve Landwachtgroep Jirnsum en woonde te Ȃldskou. Volgens de Heerenveense Koerier ook wel de “Schrik van Utingeradeel” genoemd. Niet minder dan 17 personen getuigden tegen hem op de rechtszitting. Een greep hieruit.

Getuige Sjerp de Vries was op 4 mei 1944 bij zijn aanhouding door Punter c.s. in het bezit van bonnen waarop Punter argwaan kreeg. De Vries werd opgesloten in het gemeentehuis. Burgemeester Baerdt van Sminia liet hem echter ontvluchten. De SD was inmiddels al gewaarschuwd en hij voorzag grote problemen als de herkomst van de bonnen bekend zou worden. Het gevolg hiervan was dan wel weer dat de burgemeester nader aan de tand werd gevoeld en hij zichzelf bij de SD nader in de kijker had gespeeld. De dag daarop werd hij dan ook gearresteerd met alle noodlottige gevolgen van dien.

Ook waren er razzia’s in Akkrum en Grou. Zo was de hoofdonderwijzer Jan Lijklama uit Akkrum in de nacht van 22 op 23 juli 1944 een der slachtoffers. Lijklama heeft tot het eind van de oorlog gevangen gezeten. Ook arresteerde Punter met enkele medewerkers de procuratiehouder Abele Middendorp (25 j.) uit Akkrum op zijn onderduikadres bij Rinke Heida te Haskerdijken. Verder was hij nog betrokken bij de arrestaties van Tjeerd Abma uit Tersoal en Uiltje de Jong van Warniahuizen bij Aldeboarn.

Bij de grote razzia in Terherne waren 40 landwachters betrokken waaronder Punter. Zo werd bij Koert de Vries een jood, Herman Müller genaamd, geboeid afgevoerd. En o.a. Jan de Leeuw werd gearresteerd. Deze had het persoonsbewijs van Sietse Hoekstra van een vals stempel voorzien. Bij een bezoek aan de boerderij van Wind schoot Punter door het dak om te zien of er ook onderduikers zaten. Bij K. Sjollema nam hij een radio in beslag. Dit feit was voor de Leeuwarder Landwacht aanleiding om Sjollema acht weken later nog maar eens te arresteren en op te bergen in het Huis van Bewaring te Groningen. Het heeft hem f 3000 gekost om vrij te komen.

 

Er zijn geen aanwijzingen dat hij betrokken was bij de arrestatie van Rienk Kleefstra.
Die nacht maakte maar één landwachter deel uit van arrestatieteam en dat was Nijenhuis. Uit de verhoren kwam naar voren dat Punter langs de Troelstra-beweging afgegleden was naar het peil van de Landwacht en de Germaanse SS. De Procureur-Fiscaal herinnerde er
aan dat de Landwachtgroep Akkrum een der actiefste groepen was geweest in Friesland en dat hij hierin een zeer actieve rol had gespeeld. Hij was een der wegwijzers van de Grüne Polizei. Het tragische lot van Burgemeester Baerdt van Sminia was mede te wijten aan zijn activiteiten.15

Het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde hem op 17 juni 1947 tot 12 jaar in een Rijkswerkinstelling met aftrek van voorarrest en ontzetting uit de kiesrechten voor het leven.

Op 1 juli 1947 werd cassatie aangevraagd; op 7 januari 1948 werd het cassatieverzoek verworpen.14 Hij moest zijn straf volledig uitzitten. Dat zal trouwens niet gebeurd zijn net zoals in bijna alle andere gevallen.

Ook is er nog sprake van een verrader uit Akkrum met de naam van Hendrik Sligt. Student/scholier. Hij was oppervaandrig van de Nationale Jeugdstorm en heeft zeker zes mensen verraden. Onder anderen werden de navolgende personen slachtoffer: Jeen Schippers, Johannes Bosma, ds. Onnes, G.van der Berg, H. Hempenius en de ondergedoken J. Schoolstra. Volgens Jasper Keizer was Sligt (ook) Verwalter aan de Ruiter schaatsenfabriek. Hij gaf bovenstaande namen door aan Berend Nijenhuis.

Jeen Schippers zou volgens Berend wel eens zwart handelen; Johannes Bosma, een spoorman die bij Jeen was ondergedoken; J. Schoolstra die ook onderduikers herbergde; ds.Onnes, die volgens Sligt spuugde op de NSB’ers; G.van der Berg, een man waaraan Sligt waarschijnlijk een hekel had; R. Hempenius had een wapen gekregen.

Volgens de Leeuwarder Courant uit die tijd deed het Tribunaal Leeuwarden op 4 november 1946 de volgende uitspraak inzake Hendrik Sligt: internering gelijk aan detentie en 10 jaar ontzegging van kiesrechten.

Andere landwachters die bij zo nu en dan actief waren in of in de buurt van Akkrum waren Murk Klaas de Jong en Geert Haayes.

Het is niet altijd duidelijk wie nou eigenlijk door wie zijn verraden. Sommige slachtoffers worden genoemd bij meerdere verraders. En zoals aangetoond in het geval Rienk Kleefstra kan er sprake zijn van twee verraders.

 

1 Getuige Dick “Bontje”. Brouwer, politieagent en centrale man illegaliteit Sneek CABR BG Leeuwarden Invent. nr. 73818, dossiernr. 314

2 Verslag van Akkrum betreffende Utingeradeel (Russchen en Ypma). Invent.nr.1373 Doc. Verz. Ver. Friesland 40-45

Dieukes Dagboek internet
CABR BRC Invent.nr 75523, dossiernr 534/47

De Zwarte Wagon - Jasper Keizer (blz. 87)
CABR BG Leeuwarden Invent. nr. 73818, dossiernr. 314 NBI
Invent. nr.137065

CABR BG Invent. nr.73924, dossiernr. 446
Verhoor Zollamte Anton Vigoots te Grou door Gerben Oppewal 16 april 1945 CABRI
BRC Invent. nr76275, dossiernr.534/47
Strijders, onderdrukkers en bevrijders - Jack Kooistra (blz. 311)

NBI Invent.nr. 3688
Grijs verleden - Chris van der Heijden (blz. 343)
Leeuwarder Courant 05-05-1948
CABR
BG - Invent.nrs. 78841, 88859 en 78865, dossier nrs. 309 Heerenveense Koerier 18-06-1947

VI Op het spoor

Op 19 en 20 april 2010 (zijn sterfdag) zijn Rienk Kleefstra en Rienk de Leeuw naar Wilhelmshaven en Oldenburg afgereisd. Het doel was het kamp te (be)zoeken - of wat ervan over was - in Wilhelmshaven. Vervolgens in Oldenburg de dependance te zoeken van het ziekenhuis waar hij gestorven was en daarna de plaats vinden waar hij begraven had gelegen.

Wij werden vergezeld door Leo Sinnema, wiens vader in hetzelfde kamp had gezeten. Zijn vader heeft het overleefd en is met voornoemd ziekentransport van 15-16 april in Nederland aangekomen. Hij heeft nooit met een woord gerept over zijn kampperiode.

Van het kamp Schwarzer Weg was bekend dat er in 1990 nog een in verval geraakte barak stond op het terrein van een tenniscomplex aan de Ölhafendamm. Op aanwijzing van de beheerder hebben we de plaats gevonden, maar van de barak was geen spoor meer te bekennen. Er groeide op die plaats slechts gras. Het werd gebruikt als een oefenveldje voor tennis. De bezitter van een aangrenzende tuin wist ons te melden dat er een monument was geplaatst bij de vroegere ingang en hoe daar te komen. Bij de gedenksteen aangekomen bleek dat deze hier reeds vanaf 2001 lag. Dit mede op aandringen van en met steun van oud-kampbewoners. Een uitdunnend groepje oud- kampbewoners legt ieder jaar bloemen bij het monument.* Ook nu lagen er bloemen en kransen.

Op een informatiebord stond vermeld dat we meer over het kamp te weet konden komen bij de Abteilung Kultur der Stadt Wilhelmshaven. Dit bleek zich in het Ratrium te bevinden, een gebouw tegenover het Gemeentehuis.
Hier verwees een behulpzame mevrouw ons naar het Küstenmuseum waar de resten van de woonbarak zich momenteel bevinden. Voor verdere naspeuringen introduceerde ze ons bij het Stadsarchief, een verdieping hoger.

Ook hier weer alle medewerking. We kregen alle documenten van vooral Lager Schwarzer Weg tot onze beschikking. Hierbij zaten ook documenten van 30(!) andere kampen in en bij Wilhelmshaven. Vooral het kamp Alte Banter Weg trok de aandacht van Leo Sinnema. Dit laatste kamp was een soort dependance van het concentratiekamp Neuengamme, waar zijn grootvader, Leendert Sinnema, verzetsman uit Leeuwarden, om het leven was gekomen.

Voor ons waren met name lijsten van gevangenen van Schwarzer Weg van belang. Helaas zaten die er niet tussen. Ook in het archief van de Gestapo in Bremen zijn ze niet te vinden volgens dr. Oebele Vries. Dit zal als belastend materiaal wel vernietigd zijn op het eind van de oorlog.

* Inmiddels is ook dit verleden tijd. In 2014 is de laatste bijeenkomst daar geweest. Wat wel indrukwekkend was, was de nauwgezetheid van documenteren. Zoals het documenteren en identificeren van omgekomenen uit het concentratiekampkamp Alte

Banter Weg door middel van foto’s van schedels en het gebit. Weliswaar door de Franse identificatiedienst verricht, maar deze werkwijze gaf ons wel vertrouwen dat ook de stoffelijke resten van Rienk Kleefstra ook echt zijn stoffelijke resten zijn die in februari 1952 in Akkrum zijn herbegraven.

Vervolgens ging de tocht naar het Küstenmuseum aan het Südstrand. Hier is een afdeling gewijd aan de werk- en strafkampen in en om Wilhelmshaven. In het bijzonder Lager Schwarzer Weg neemt hier een prominente plaats in. Er staat een klein restant van de laatste woonbarak. Op de leien die op de houten wand zijn gespijkerd zijn nog ingekraste namen (moeilijk) te lezen. Toch is er zodoende nog iets letterlijk tastbaars uit die periode. Hier staat ook een schaalmodel van de vroegere barak.

In Oldenburg vonden we het gebouw van het vroegere Städtische Krankenanstalten, Station Elisabethschule. Thans in gebruik bij een bedrijf in groenvoorziening of iets dergelijks. Het lijkt nog het meest op een hoge villa. Men kan zich wel voorstellen dat het als noodhospitaal is gebruikt. De naam Elisabethschule is weliswaar overgevefd maar is nog duidelijk leesbaar. Het adres is: Sedanstrasse 4, 26121 Oldenburg.

Ook midden in het centrum van Oldenburg ligt de begraafplaats Neuen Friedhof aan de Friedhofsweg. De afstand bedraagt slechts enkele honderden meters van de Elisabethschule. De plaats van zijn vroegere graf stond aangeduid als:


I. Afdeling, Veld IV, Rij K, Nr. 24. Aan het begin – of eind van de Friedhofsweg bevindt zich bij de Opstandingskerk de ingang. Alsmaar rechtdoorlopen tot 20 –30 m. voor het eind. Links bevindt zich een grasveld waar vroeger oorlogsslachtoffers hebben gelegen volgens de beheerder. Rij K, nr 24 ligt ongeveer in het midden, 10 meter na de laatste rij graven. Pas op: helemaal achteraan liggen nog twee rijen graven.

1 Zie foto’s (Bijgevoegd blz.52-55)
2 Brief aan J. Kleefstra van 20 december 1946 van het Städtische Krankenanstalten uit

Oldenburg betreffende het overlijden en ter aarde bestellen van Rienk Kleefstra op 20 april 1945 (Bijgevoegd blz. 48)

 

Geraadpleegde literatuur

Voor vrijheid en recht

Inventaris archieven Ver. Friesland 1940-1945

Het strafkamp voor Nederlanders in Wilhelmshaven

Bezettingstijd in Friesland, Deel I Bezettingstijd in Friesland, Deel II Bezettingstijd in Friesland, Deel III

Kriich tsjin frjemdvolk In stormgetij

Leven en verzet in Idaarderadeel

Friesland Annis Domini 1940-1945

Friesland in de Tweede Wereldoorlog

Een laatste saluut

Fryslân in de oorlog

Strijders, onderdrukkers en bevrijders

Fryslân in de oorlog

Recht op wraak

Liquidaties in Nederland 1940-1945

Represailles in Nederland 1940-1945

Gewapend verzet en bloedige wraak deel 1

Handlangers van de vijand

De zwarte wagon

Dodelijke dilemma’s in het Friese verzet

Het veemgericht en Esmée van Aeghen

Dit hawwe wij belibbe

Irnsum tijdens de oorlog

Sporen van geluk

- Otto Kuipers

- Oebele Vries

- P.Wijbenga - P.Wijbenga - P.Wijbenga -

- J.P. Wiersma - J.P. Wiersma

- Y.N. Ypma
- J.J. Huizinga - Jack Kooistra

- Jack Kooistra

- Jack Kooistra en A. Hoekstra

- Jack Kooistra e.a.

- Jasper Keizer - Jasper keizer - Ype Schaaf

- Yge Damsma

- Jaap de Vries

Aantekeningen van een Duitse soldaat
in de winter van 1943/1944 (tussen Terhorne en Akkrum)

 

Skeind Ferline

ferhalen oer it tiidrek 1940-1945

Een dokter in de Pein

Dokter Jo Siebinga zat ook in Schwarzer Weg

Het dagboek van Anne Zijlstra

Dwangarbeiders in Duitsland

Dieukes dagboek

Dagboek jonge vrouw uit Akkrum

Een Friese pastorie in oorlogstijd

- Diet Huber, Anne Hellinga, Tiny Mulder e.a.

- Sikke Hiemstra

- Gerben van der Berg

- internet; naam ?

- Willem Hansma

Herinneringen ds. Boerlage, hoofdcontact van het verzet Rauwerderhem

De jacht op het verzet - Ad van Liempt

Het meedogenloze optreden van Sicherheitsdienst
en Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog

Drijvende concentratiekampen in de Lübecker Bocht - Site: Go2War2.nl

Vernietiging gevangenen concentratiekampen van o.a. Neuengamme.

Grijs verleden - Chris van der Heijden

Een genuanceerd beeld van het goed-fout criterium

Scharnegoutum in oorlogstijd - Hessel Bouma c.s.

Met dank aan Rienk A. Kleefstra.